Als het misgaat

Ongeveer tien procent van alle zwangerschappen loopt uit op een miskraam. Dat is wat de statistieken ons laten zien. Maar toch dacht ik altijd: dat gebeurt ons niet. Gewoon wat platte cijfers. Een ver van ons bed show. Totdat we bij een zwangerschap van elf weken te horen kregen dat het niet goed ging en zelf tot dit percentage gingen behoren.

Het nieuws

Beduusd stonden we al vroeg weer bij de uitgang van het ziekenhuis. Nog geen half uur daarvoor hadden we onze dochter Emily naar de opvang gebracht om daarna door te rijden naar het echocentrum. ‘Kindje kijken’, noemden we het. Mijn vriendin Loes voelde zich goed en we hadden er zin in. Dat veranderde snel toen ze plaatsnam in de stoel en onze blikken op het beeldscherm waren gericht. ‘Het hartje klopt niet,’ zei Loes al toen ik zelf nog zoekende was naar het silhouet van ons kindje. Even hoopte ik dat ze het mis had. ‘Ach prulleke toch,’ verzuchtte de echoscopiste. Ik slikte en had het gevoel een stomp in mijn maag te hebben gekregen. Shit, dit was niet goed. Ik schoot in de ontkenning. Volgens mij riep ik zelfs nog iets in de trant van ‘dat kan niet, want een paar dagen geleden was er nog wel hartactiviteit te zien bij de verloskundige.’ Maar op het beeldscherm bleef het stil, hoe hard ik mijn ogen ook wilde dwingen om iets anders te zien.

Wanneer het anders loopt

De euforie van de afgelopen weken, waarin we al volop fantaseerden over hoe we ons leven met een tweede kindje zouden gaan inrichten, was in een klap verdwenen. In plaats daarvan kwamen talloze vragen opzetten. Hoe kon dit nu gebeuren? Tijdens de zwangerschap van Emily waren we zelfs vier maanden op reis geweest. Toen ging het toch ook allemaal goed? Waarom dan nu niet? En Emily krijgt dus geen broertje of zusje. En zal er ooit nog een tweede kindje komen? In de auto maakten de vragen plaats voor ratio, waarmee we onszelf eigenlijk voor de gek hielden. ‘Dan was het vruchtje waarschijnlijk niet goed en heeft het lichaam het afgestoten,’ riep ik, en waarschijnlijk klonk ik zekerder dan dat ik mezelf op dat moment voelde. Loes knikte:‘Eigenlijk is het best mooi dat de natuur het zo regelt.’ Allemaal waar natuurlijk, maar gevoelsmatig waren we nog lang niet zover. Even later stonden we in onze woonkamer met een kop thee, de deuren naar de tuin opengeslagen. Afgezien van verre vogelgeluiden was het stil en hadden we niets om ons achter te verbergen. Het besef kwam ineens keihard binnen: er zou geen kindje komen. En toen kwamen de tranen.

Verder

En dan moet je verder, zegt men. Maar ja, wie is die ‘men’ waar iedereen het altijd over heeft? In elk geval hebben ze makkelijk praten. Want hoe moet je verder op momenten dat het verdriet overheerst? Toch ging het geleidelijk aan beter. Loes en ik konden er goed met elkaar over praten en ook kregen we veel steun van familie en vrienden. Naast het verdriet kwam ook langzaam ruimte voor acceptatie en berusting in het feit dat we niet opnieuw ouders zouden worden. Althans, nu niet. En hoewel het me ontzettend dwars zat dat deze keuze nu voor ons werd gemaakt, kon ik er niets aan veranderen.

Geen papa, wel partner

Na de eerste klap te boven zijn gekomen, probeerde ik er vooral voor Loes te zijn. Ik werd niet opnieuw vader, partner was ik nog altijd. Het voelde goed om mee te gaan naar iedere afspraak met de gynaecoloog en uiteindelijk de aanwezigheid op de dag van de curettage zelf. Als ik een tip zou mogen geven aan vaders in eenzelfde situatie, zou dit het zijn: zorg dat je er voor je partner bent. Je doet dit samen en op zulke momenten is er geen betere plaats waar je kunt zijn. Maar daarnaast is het ook belangrijk om jezelf niet uit het oog te verliezen. Wij vaders mogen dan niet het lichamelijke gedeelte van de miskraam op zich kunnen nemen, maar neem absoluut de tijd om het verdriet te verwerken. Natuurlijk is het fijn om je partner bij te staan, dat is ook essentieel, maar vaders hebben emotioneel net zo goed met verlies te maken. Laat je niets anders wijsmaken.

Besef

Inmiddels zijn we een aantal maanden verder na de miskraam en is het toch waar wat ze zeggen. Dat je verder moet. Voor onszelf, maar zeker ook voor Emily, onze prachtige dochter. Want ook al is het heel verdrietig wat er is gebeurd: we beseffen meer dan ooit hoe gelukkig we ons mogen prijzen met zo’n lief, mooi en fantastisch meisje. Daar zijn wij toch maar mooi de ouders van. En dat dit niet vanzelfsprekend is, weten we nu maar al te goed. Misschien is het ons gegund om nog een kindje op de wereld te zetten, maar mocht dit niet zo zijn, hebben we nu al een prachtig gezin. De tijd zal het leren.

Robin van Tilburg

Robin is freelance journalist & tekstschrijver en woont samen met vriendin Loes en dochters Emily (3) en Sophie (0) in het mooie Breda. Vindt zichzelf een Vitale Vader en wil met zijn artikelen anderen inspireren dat ook te zijn. Voor VDRS schrijft Robin over zijn ervaringen met een goede balans tussen werk en privé, actuele thema's en persoonlijke anekdotes over zijn eigen vaderschap. Met twee prachtige meisjes is de inspiratie voor een nieuw blog nooit ver weg.

Lees Interacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.