Hebben oudere vaders grotere kans op kind met aandoening?

Vorige week stond er in diverse kranten dat oudere vaders een grotere kans hebben om kinderen met een psychische aandoening aan te krijgen. Het artikel is gebaseerd op het onderzoeksartikel van D’Onofrio, Rickert, Frans, Kuja-Halkola, Almqvist, Sjölander, Larsson en Lichtenstein.

Het onderzoek

Data uit dit onderzoek is gekomen uit de database met gegevens van medische geboorte register, maar er komen ook gegevens uit andere databases. Ook hebben de onderzoekers gekeken naar de opnamen in het psychiatrische ziekenhuizen en naar criminaliteitscijfers. Als laatste hebben de onderzoekers gekeken naar de diverse niveaus van kinderen op scholen.

De onderzoekers hebben vanuit alle databases en registers van 1973 tot 2001 gekeken. Het gevolg is dat er daardoor een grote groep onderzochte personen ontstaat (2,6 miljoen). Al deze gegevens hebben de onderzoekers vervolgens aan elkaar gekoppeld. In de discussie bevestigen de onderzoekers hun hypothese. Dat hun hypothese, dat oudere vaders een grotere kans hebben op het krijgen van kinderen met psychische stoornissen, is bevestigd.

Omgeving

Er is echter nog een aantal kritiekpunten op het onderzoek te ontdekken. Het eerste punt is dat de onderzoekers gebruik hebben gemaakt van medische gegevens. Dit betekent dat de personen die dit hebben ingevuld hebben het juist moeten hebben gedaan. Gezinnen een langere tijd volgen zou een betere methode zijn voor dit soort onderzoek, want er is een belangrijk aspect over het hoofd gezien, namelijk de omgeving. Vaders leven in een omgeving en voeden daar ook hun kind op. Omgeving is over het hoofd gezien tijdens het onderzoek, omdat er alleen maar database gegevens zijn gekeken en niet naar het functioneren van vaders in de samenleving. Een omgeving heeft veel invloed op het opvoedkundig handelen van vaders. Er is nog een punt waar de omgeving erg belangrijk voor is. Een veilige omgeving kan er aan bijdragen dat een stoornis niet tot uiting komt. Deze aspect zijn niet meegenomen in het onderzoek, waardoor er een belangrijk punt vergeten is voor het onderzoek.

Een derde argument

Maar er zitten zoveel aspecten in een omgeving die versterkend kunnen werken voor vaders, enkele voorbeelden hiervan zijn werk, huwelijk, aanwezigheid van kinderen en vrienden.

Verder is een groot kritiekpunt op het onderzoek dat zij een oorzaak-gevolg stellen, terwijl er mogelijk nog onbekende factoren, een rol kunnen spelen.  Het is daarom gewaagd een oorzaak-gevolg te stellen, want er is niet met 100% zekerheid te zeggen dat het de oorzaak van een vader is. En is dit de oorzaak van een oudere vader of zijn het genetische aspecten een rol te spelen? Een bipolaire stoornis wordt voor een groot deel genetisch bepaald, net zoals Schizofrenie. Om hier een goed oordeel over te kunnen vinden zal er toekomstig onderzoek nodig zijn.

Geluk

Er is misschien nog wel een belangrijkere vraag. Zijn oudere vaders minder gelukkig met hun kind bij de geboorte? Dat is iets wat er in dit artikel niet gezegd wordt, maar uiteindelijk wel een belangrijke vraag om te stellen. Het is ook een filosofische vraag.

Conclusie

Concluderend kunnen we zeggen dat het een controversieel onderzoek genoemd mag worden. Het lijkt namelijk een erg kortzichtig onderzoek, waar een aantal belangrijke punten over het hoofd gezien zijn. Het belangrijkste punt is of er daadwerkelijk gezegd kan worden of er een oorzaak gevolg is. Bepaalde stoornissen zijn namelijk voor een groot deel genetisch bepaald, dat zou betekenen dat dit de belangrijkste van dit onderzoek verworpen kan worden.

Naast dat er genetische factoren een rol spelen, heeft de omgeving ook invloed op het opvoedkundig handelen van vaders. Een stabiele relatie met hun vrouw zorgt voor een stabiele ontwikkeling van kinderen. Ook werk kan een factor zijn. Let op, dit kunnen protectieve factoren zijn. Dit betekent dat dit niet voor iedereen hoeft te gelden. Een ander belangrijk kritiekpunt op dit onderzoek is dat omgeving ook een stoornis zoals ADHD kan stimuleren. Dus een stoornis is niet alleen genetisch bepaald, maar komt ook tijdens het leven van kinderen tot stand of juist helemaal niet, als kinderen bijvoorbeeld in een veilige wijk wonen, zonder criminaliteit en drugsgebruik. Dit geldt alleen voor kinderen die al gevoelig zijn voor schizofrenie.

Kortom er zijn nogal een aantal knelpunten voor dit onderzoek en het is een erg kortzichtige conclusie die er gesteld is.

Referenties

Belsky, J., & Jaffee, S. (2006). The multiple determinants of parenting. In D. Cicchetti & D. Cohen (Eds.), Developmental Psychopathology: Risk, disorder and adaptation (pp. 38-85). NY: Wiley.

D’Onofrio, B. M.,  Rickert, M. E., Frans, E.,  Kuja-Halkola, R.,  Almqvist, C.,  Sjölander, C., Larsson, A., & Lichtenstein, P. (2014). Paternal age at childbearing and offspring psychiatric and academic morbidity. JAMA Psychiatry, doi:10.1001/jamapsychiatry.2013.4525.

Vandereycken, W., Hoogduin, C. A. L., & Emmelkamp, P. M. G. (2008). Hanboek psychopathologie. Deel 1 basisbegrippen. Houten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum

Jeroen Pouw

Lees Interacties

Reacties

  1. Goed opgemerkt Jeroen, dank voor het delen. Ik las ergens anders de opmerking dat ook het aantal diagnoses tussen 1973 en 2001 explosief is gestegen. Veel vaagheden nog. Aan ons zaad kan het natuurlijk niet liggen 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *